zaterdag 20 februari 2010

Een Sinterklaasboot voor ontwikkelingslanden

Met een doffe klap slaat de motor van de 25 meter lange boot aan. De golven deinen op het zware gewicht van de boot. Aan boord liggen 997 30-kilozakken rijst, 1213 kilozakker suiker, 6.910 blikken vis, 339 vaten olie en 6.275 kilo Corn-Soya Blend. Om ons heen kijken enkele grillige bergen instemmend toe.

Twee dagen geleden werden me bij aankomst in een van de noordelijke provincies, Oudomxay, twee opties voorgelegd: of in een karavaan voedsel verspreiden bij de scholen langs de bereikbare wegen van de provincie of mee met een vrachtschip op de Mekong richting de voor de weg onbereikbare dorpjes.

Geen moeilijke keuze. Langs me heen schieten groene bergen en rotsen voorbij. Af en toe een klein vissersbootje. Het melkchocoladebruine water van de Mekong zucht, het water staat eigenlijk te laag voor zulke zware schepen. De schipper staat trots achter zijn grote stuurwiel. Niemand aan boord, behalve mijn Lao collega Phonsavanh, spreekt een woord Engels. Ik hoor het woord ‘Falang’ (buitenlander) echter geregeld vallen.
Phonsavanh woont sinds zes maanden in Oudomxay, in een guesthouse. Hij lust geen bier, rookt niet en zegt daarom geen vrienden te hebben. “My brother Souk drinks beer and has much friend”. Verder dan Thailand is ie niet geweest. We zijn beide 25 jaar.

Al snel na vertrek valt de schemering in. We leggen aan naast een andere boot en de mannen springen al snel de Mekong in voor een ‘frisse douche’. De schipper regelt intussen stroom bij de hippe Thaise boot van de buren, waarna de enkele spaarlamp de boot in een gele gloed zet. Binnen een minuut is iedereen een gewilde prooi voor de muggen. Ondanks de douche van zojuist rochelt iedereen ongegeneerd zijn fluim in de Mekong.

Etenstijd. In het achterste gedeelte van de boot liggen dunne kussentjes in een cirkel. In het midden staan twee grote schalen zo groot als een fietsband. Ze zijn gevuld met kleinere schaaltjes met daarop donkergroene slierten bermgras, bamboescheuten, een traditionele dip van gemalen pepers, koekjes, gedroogde varkenshuid, gebakken ei en gegrild varken gebroederlijk in een bakje, en natuurlijk plakrijst. Dat laatste is niet zo heel gek als je weet dat er ongeveer 30,000 kilo in het ruim ligt. Praktisch alles wordt met de hand gegeten en iedereen zit relaxed met z’n benen gekruist op het kleine kussentje.

Op de sporttas links van me staan drie strepen en de letters ADLBAS. Langs de rand staan twee rijen afgedankte bioscoopstoelen, stapels hout en overal hangen kleren. Evenals handdoeken, met vlekken in de meest uiteenlopende regenboogpatronen. De muggen dansen boven onze hoofden op het gesmak van de 9 Lao. Mijn meegebrachte sandwiches blijven onaangeroerd in het midden liggen.

In het houten raamkozijn liggen twee kleine balletjes plakrijst. Phonsavanh zegt dat dit onze boot de bescherming geeft van ‘Mother River’. Ik moet denken aan het sterke geloof van de Lao in de meterslange rivierslang, de naga, die zou leven in de Mekong. Zal ie vannacht nog langskomen? Of is moeders hem de baas?

Het licht gaat al snel na het eten uit. Om 21.10 voel ik mijn billen tegen de bonte verzameling van kussens en kleden. Naast me liggen de baas van het transportbedrijf, zijn maat en mijn collega. Over de breedte van de boot, als sardientjes in blik, keurig gerangschikt. Nog net niet lepeltje lepeltje. Ergens tussen de rijstzakken ligt de districtsambtenaar, die zijn 10-jarige dochtertje heeft meegenomen.

Met het starten van de motor van de buren word ik wakker. Ik trek de oordoppen uit en hoor mijn buurman een flinke ochtendrochel produceren. De halve nacht hield ie me wakker met het zagen van boomstammen. Alle slaapspullen worden in een noodtempo opgeruimd en amper 15 minuten later zet ook onze boot zich krakend in beweging. Het is 6.40 uur.

De zon komt langzaam op en verwarmd mijn koude voeten. De schipper en zijn vrouw schreeuwen continu naar vissers aan de oever. “Pah! Pah!”. Het lijkt erop dat er vis op het menu staat vanavond. Telkens als de Mekong wat smaller wordt of het water versneld, voel ik een soort van spanning aan boord. “Staat het water niet te laag? Raken we geen rotsen?”, hoor ik iedereen denken.

Na een uur arriveren we bij het eerste dorpje. Het duurt even voor we ontdekt zijn. Er is geen gsm-bereik hier en dus konden we onze exacte aankomst niet doorgeven. De sterke mannen en vrouwen helpen de grote stapels voedsel uitladen. Kinderen in kapotte en vieze kleren of geheel naakt kijken verbaasd toe. Nog verbaasder kijken ze naar mij, waarschijnlijk de eerste Falang die ze in hun leven zien. Het dorpshoofd telt alle producten minutieus na en haalt uit een klein plastic zakje een stempel voor zijn goedkeuring. Dit proces haalt zich de rest van de dag bij verschillende rivierdorpjes. Echter, lang niet altijd even soepel. Soms duurt het een half uur voor het dorpshoofd er is of is er ruzie over wie er een zeil gaat halen om alles zandvrij uit te kunnen laden. Efficiënt is het zeker niet, maar het lijkt erop dat de mensen blij zijn met onze komst.

Eigenlijk zijn we net een grote Sinterklaasboot voor ontwikkelingslanden.

Bij het laatste dorpje van vandaag wordt er een grote haan gekocht. Onder luid protesterend gekrijs verdwijnt deze in het ruim. Geen vis dus. De groente wordt geplukt aan de rand van het bos.

Het is te laat om door te varen. Het dagelijkse Mekong douche ritueel volgt. Ik twijfel lang maar spring toch de rest achterna. Vervolgens is het weer tijd voor het avondeten. Een ingrediënt is duidelijk leidend vandaag. We zitten keurig in een cirkel en alle blikken richten zich op mij. Ik rol een balletje plakrijst en neem een hapje van de vissoep. Ik hoor gestommel op de boot. Het is het dorpshoofd, die een verse kip komt aanbieden. Terwijl een van de jongens verlangend het dier in ontvangst neemt, blijft de rest naar mij glimlachen. Ik heb geen keus. Gretig val ik het pezige stuk grijze kip aan.

woensdag 3 februari 2010

Just another day at the office..

08:34
Lichtelijk zwetend van de ochtendlijke fietstocht haast ik me als laatste door de kleine zij-ingang van het WFP kantoor. In de verte zie ik de zilveren box al liggen. Een haastig bijgebouwd noodhok toen het aantal stafleden de capaciteit van het hoofdgebouw, een oude school, ontgroeid was. Nu het domein van Logistics and Procurement (‘inkoop’ voor de alpha) en mijn dagelijkse ‘thuishonk’. Zoals helaas bijna gebruikelijk ben ik opnieuw de laatste die vandaag op de ‘aan’-knop van zijn pc drukt.

09:12
Nu ik opnieuw bevestiging heb gekregen dat al mijn twittervrienden nog twitteren, mijn emailbox het nog doet en het nog steeds sneeuwt in Nederland, kan ik met gerust hart richten op mijn werk.

We zijn met z’n zevenen. Keurig binnen de 20 m2. Links in de hoek zitten mijn directe procurement collega’s Siphachanh (Know) en Sengaloun (Seng). Know werd ontzettend hard, Seng giegelt irritant veel en is geobsedeerd door MSN en haar drie mobiele telefoons. Rechts in de hoek zit Soulatha (Bey), keurig gestyled door zijn Japanse vriendin met wortelbroeken, maatshirts en hippe puntschoenen. Naast hem zit Chounmany (Mone). Hij is twee geleden begonnen. Gister werd hij echter al middels een mail-to-all even op het matje geroepen. Of hij toch maar niet films wilde downloaden tijdens werktijd. Tenslotte in de andere hoek, zitten Toulor en Bounmy. Minstens 15 keer per dag knalt Bounmy’s harde en irritante ringtone van een populaire Laotiaanse Vengaboys de kleine ruimte in. Toulor is een keurige familieman, die elke dag zijn lunch in een zilveren lunchbox met drie lagen meebrengt. Die hij vervolgens tijdens de pauze in de hoek van de tuin rustig oppeuzelt.

We zitten allemaal op krakende Chinese bureaustoelen.

Procurement betekent letterlijk veel bestellen en zo goedkoop mogelijk kopen. Zo ook deze ochtend. Ik zend verzoeken uit naar tientallen leveranciers voor off-road banden, stapels schoolschriftjes en potloden, de renovatie van een warehouse en een nieuwe iphone voor de baas. Bij een structureel gebrek aan e-mail in Laos, wordt ALLES per fax geregeld. Voor ik hier kwam kon ik het woord fax amper spellen. Inmiddels wel. Tussendoor help ik Know de binnengekomen rijstprijsquoteringen evalueren. Miss Phoun, de bijna bejaarde bode, schuifelt op haar roze slippertjes voorbij. De oma van de office.

11:34
Teng, hoofd administratie, komt binnen. Zijn irritant hoge stemgeluid overschettert zelfs de muzikale tonen van de Kaiser Chiefs op mijn ipod. Mag hem niet zo. En hij laat de deur ook nog open staan. Gretig vliegen de musquito’s naar binnen.

Tussen een en half twee druppelt iedereen na de lunch op zijn rustigste gemak binnen. Ik start aan mijn presentatie van morgen over de lokale productie van noodles. Mijn Amerikaanse collega klopt voorzichtig op de deur met een vraag. De geur van herkauwde noodle soup werkt als een klap op haar bewustzijn. Het blijft bij een korte vraag.

13:48
Bounmy is van zijn plek, de ringtone wordt drie keer volledig afgespeeld. Niemand schijnt het meer te merken. Men schettert rustig door in hun eigen telefoons. Stipt elke dag om 14:00 voorziet Souk, de kleine schoonmaakster, de glazen draaideur van een vingerafdrukvrij uiterlijk. Zo ook vandaag.

Iedereen drinkt oploskoffie.

Door de openstaande deur stapt een grote man binnen. Het is Sakhorn, de grote baas van de zilveren box. Een vriendelijke Thai. Houdt van je jofel op de schouder te slaan, al zijn werk over jouw schutting te dumpen, om vervolgens zelf de fotocollectie op zijn pc bij te werken. Ook hij schreeuwt graag. Zoals nu. Een rijstleverancier heeft financiële problemen en kan zijn verplichtingen niet nakomen. Het mooie meisje dat net binnen kwam, de medewerkster van een printing company, schrikt op. Ze valt stil en kijkt net als ons Sakhorn aan. Vloekend loopt Sakhorn weer naar buiten. “Morgen om negen uur meeting”, schreeuwt ie vanaf de tuin.

De rust keert terug. Niet voor lang. Voel een ADHD prikkel aankomen en stel voor met z’n allen een lied te zingen. Seng giegelt. De rest kijkt niet eens meer op.

16:59
Ik zie een hoofdje omhoog gaan. Het is Toulor. Zoals elke dag, stipt op tijd klaar met alles. De gestapelde lunchbox keurig in zijn hand. Tevreden glimlach op zijn gezicht. Weer een dag succesvol afgerond.

Ik flierefluit nog wat door. Probeer structuur aan te brengen in de leveranciers database. Levenswerk. Op Facebook en Twitter worden de mensen in Nederland langzaam actief.

18:21
Ben de laatste die het licht en de airconditioning uitdoet. Welterusten zilveren box, het geschetter is voor vandaag voorbij. Morgen weer.