zaterdag 20 februari 2010

Een Sinterklaasboot voor ontwikkelingslanden

Met een doffe klap slaat de motor van de 25 meter lange boot aan. De golven deinen op het zware gewicht van de boot. Aan boord liggen 997 30-kilozakken rijst, 1213 kilozakker suiker, 6.910 blikken vis, 339 vaten olie en 6.275 kilo Corn-Soya Blend. Om ons heen kijken enkele grillige bergen instemmend toe.

Twee dagen geleden werden me bij aankomst in een van de noordelijke provincies, Oudomxay, twee opties voorgelegd: of in een karavaan voedsel verspreiden bij de scholen langs de bereikbare wegen van de provincie of mee met een vrachtschip op de Mekong richting de voor de weg onbereikbare dorpjes.

Geen moeilijke keuze. Langs me heen schieten groene bergen en rotsen voorbij. Af en toe een klein vissersbootje. Het melkchocoladebruine water van de Mekong zucht, het water staat eigenlijk te laag voor zulke zware schepen. De schipper staat trots achter zijn grote stuurwiel. Niemand aan boord, behalve mijn Lao collega Phonsavanh, spreekt een woord Engels. Ik hoor het woord ‘Falang’ (buitenlander) echter geregeld vallen.
Phonsavanh woont sinds zes maanden in Oudomxay, in een guesthouse. Hij lust geen bier, rookt niet en zegt daarom geen vrienden te hebben. “My brother Souk drinks beer and has much friend”. Verder dan Thailand is ie niet geweest. We zijn beide 25 jaar.

Al snel na vertrek valt de schemering in. We leggen aan naast een andere boot en de mannen springen al snel de Mekong in voor een ‘frisse douche’. De schipper regelt intussen stroom bij de hippe Thaise boot van de buren, waarna de enkele spaarlamp de boot in een gele gloed zet. Binnen een minuut is iedereen een gewilde prooi voor de muggen. Ondanks de douche van zojuist rochelt iedereen ongegeneerd zijn fluim in de Mekong.

Etenstijd. In het achterste gedeelte van de boot liggen dunne kussentjes in een cirkel. In het midden staan twee grote schalen zo groot als een fietsband. Ze zijn gevuld met kleinere schaaltjes met daarop donkergroene slierten bermgras, bamboescheuten, een traditionele dip van gemalen pepers, koekjes, gedroogde varkenshuid, gebakken ei en gegrild varken gebroederlijk in een bakje, en natuurlijk plakrijst. Dat laatste is niet zo heel gek als je weet dat er ongeveer 30,000 kilo in het ruim ligt. Praktisch alles wordt met de hand gegeten en iedereen zit relaxed met z’n benen gekruist op het kleine kussentje.

Op de sporttas links van me staan drie strepen en de letters ADLBAS. Langs de rand staan twee rijen afgedankte bioscoopstoelen, stapels hout en overal hangen kleren. Evenals handdoeken, met vlekken in de meest uiteenlopende regenboogpatronen. De muggen dansen boven onze hoofden op het gesmak van de 9 Lao. Mijn meegebrachte sandwiches blijven onaangeroerd in het midden liggen.

In het houten raamkozijn liggen twee kleine balletjes plakrijst. Phonsavanh zegt dat dit onze boot de bescherming geeft van ‘Mother River’. Ik moet denken aan het sterke geloof van de Lao in de meterslange rivierslang, de naga, die zou leven in de Mekong. Zal ie vannacht nog langskomen? Of is moeders hem de baas?

Het licht gaat al snel na het eten uit. Om 21.10 voel ik mijn billen tegen de bonte verzameling van kussens en kleden. Naast me liggen de baas van het transportbedrijf, zijn maat en mijn collega. Over de breedte van de boot, als sardientjes in blik, keurig gerangschikt. Nog net niet lepeltje lepeltje. Ergens tussen de rijstzakken ligt de districtsambtenaar, die zijn 10-jarige dochtertje heeft meegenomen.

Met het starten van de motor van de buren word ik wakker. Ik trek de oordoppen uit en hoor mijn buurman een flinke ochtendrochel produceren. De halve nacht hield ie me wakker met het zagen van boomstammen. Alle slaapspullen worden in een noodtempo opgeruimd en amper 15 minuten later zet ook onze boot zich krakend in beweging. Het is 6.40 uur.

De zon komt langzaam op en verwarmd mijn koude voeten. De schipper en zijn vrouw schreeuwen continu naar vissers aan de oever. “Pah! Pah!”. Het lijkt erop dat er vis op het menu staat vanavond. Telkens als de Mekong wat smaller wordt of het water versneld, voel ik een soort van spanning aan boord. “Staat het water niet te laag? Raken we geen rotsen?”, hoor ik iedereen denken.

Na een uur arriveren we bij het eerste dorpje. Het duurt even voor we ontdekt zijn. Er is geen gsm-bereik hier en dus konden we onze exacte aankomst niet doorgeven. De sterke mannen en vrouwen helpen de grote stapels voedsel uitladen. Kinderen in kapotte en vieze kleren of geheel naakt kijken verbaasd toe. Nog verbaasder kijken ze naar mij, waarschijnlijk de eerste Falang die ze in hun leven zien. Het dorpshoofd telt alle producten minutieus na en haalt uit een klein plastic zakje een stempel voor zijn goedkeuring. Dit proces haalt zich de rest van de dag bij verschillende rivierdorpjes. Echter, lang niet altijd even soepel. Soms duurt het een half uur voor het dorpshoofd er is of is er ruzie over wie er een zeil gaat halen om alles zandvrij uit te kunnen laden. Efficiënt is het zeker niet, maar het lijkt erop dat de mensen blij zijn met onze komst.

Eigenlijk zijn we net een grote Sinterklaasboot voor ontwikkelingslanden.

Bij het laatste dorpje van vandaag wordt er een grote haan gekocht. Onder luid protesterend gekrijs verdwijnt deze in het ruim. Geen vis dus. De groente wordt geplukt aan de rand van het bos.

Het is te laat om door te varen. Het dagelijkse Mekong douche ritueel volgt. Ik twijfel lang maar spring toch de rest achterna. Vervolgens is het weer tijd voor het avondeten. Een ingrediënt is duidelijk leidend vandaag. We zitten keurig in een cirkel en alle blikken richten zich op mij. Ik rol een balletje plakrijst en neem een hapje van de vissoep. Ik hoor gestommel op de boot. Het is het dorpshoofd, die een verse kip komt aanbieden. Terwijl een van de jongens verlangend het dier in ontvangst neemt, blijft de rest naar mij glimlachen. Ik heb geen keus. Gretig val ik het pezige stuk grijze kip aan.

woensdag 3 februari 2010

Just another day at the office..

08:34
Lichtelijk zwetend van de ochtendlijke fietstocht haast ik me als laatste door de kleine zij-ingang van het WFP kantoor. In de verte zie ik de zilveren box al liggen. Een haastig bijgebouwd noodhok toen het aantal stafleden de capaciteit van het hoofdgebouw, een oude school, ontgroeid was. Nu het domein van Logistics and Procurement (‘inkoop’ voor de alpha) en mijn dagelijkse ‘thuishonk’. Zoals helaas bijna gebruikelijk ben ik opnieuw de laatste die vandaag op de ‘aan’-knop van zijn pc drukt.

09:12
Nu ik opnieuw bevestiging heb gekregen dat al mijn twittervrienden nog twitteren, mijn emailbox het nog doet en het nog steeds sneeuwt in Nederland, kan ik met gerust hart richten op mijn werk.

We zijn met z’n zevenen. Keurig binnen de 20 m2. Links in de hoek zitten mijn directe procurement collega’s Siphachanh (Know) en Sengaloun (Seng). Know werd ontzettend hard, Seng giegelt irritant veel en is geobsedeerd door MSN en haar drie mobiele telefoons. Rechts in de hoek zit Soulatha (Bey), keurig gestyled door zijn Japanse vriendin met wortelbroeken, maatshirts en hippe puntschoenen. Naast hem zit Chounmany (Mone). Hij is twee geleden begonnen. Gister werd hij echter al middels een mail-to-all even op het matje geroepen. Of hij toch maar niet films wilde downloaden tijdens werktijd. Tenslotte in de andere hoek, zitten Toulor en Bounmy. Minstens 15 keer per dag knalt Bounmy’s harde en irritante ringtone van een populaire Laotiaanse Vengaboys de kleine ruimte in. Toulor is een keurige familieman, die elke dag zijn lunch in een zilveren lunchbox met drie lagen meebrengt. Die hij vervolgens tijdens de pauze in de hoek van de tuin rustig oppeuzelt.

We zitten allemaal op krakende Chinese bureaustoelen.

Procurement betekent letterlijk veel bestellen en zo goedkoop mogelijk kopen. Zo ook deze ochtend. Ik zend verzoeken uit naar tientallen leveranciers voor off-road banden, stapels schoolschriftjes en potloden, de renovatie van een warehouse en een nieuwe iphone voor de baas. Bij een structureel gebrek aan e-mail in Laos, wordt ALLES per fax geregeld. Voor ik hier kwam kon ik het woord fax amper spellen. Inmiddels wel. Tussendoor help ik Know de binnengekomen rijstprijsquoteringen evalueren. Miss Phoun, de bijna bejaarde bode, schuifelt op haar roze slippertjes voorbij. De oma van de office.

11:34
Teng, hoofd administratie, komt binnen. Zijn irritant hoge stemgeluid overschettert zelfs de muzikale tonen van de Kaiser Chiefs op mijn ipod. Mag hem niet zo. En hij laat de deur ook nog open staan. Gretig vliegen de musquito’s naar binnen.

Tussen een en half twee druppelt iedereen na de lunch op zijn rustigste gemak binnen. Ik start aan mijn presentatie van morgen over de lokale productie van noodles. Mijn Amerikaanse collega klopt voorzichtig op de deur met een vraag. De geur van herkauwde noodle soup werkt als een klap op haar bewustzijn. Het blijft bij een korte vraag.

13:48
Bounmy is van zijn plek, de ringtone wordt drie keer volledig afgespeeld. Niemand schijnt het meer te merken. Men schettert rustig door in hun eigen telefoons. Stipt elke dag om 14:00 voorziet Souk, de kleine schoonmaakster, de glazen draaideur van een vingerafdrukvrij uiterlijk. Zo ook vandaag.

Iedereen drinkt oploskoffie.

Door de openstaande deur stapt een grote man binnen. Het is Sakhorn, de grote baas van de zilveren box. Een vriendelijke Thai. Houdt van je jofel op de schouder te slaan, al zijn werk over jouw schutting te dumpen, om vervolgens zelf de fotocollectie op zijn pc bij te werken. Ook hij schreeuwt graag. Zoals nu. Een rijstleverancier heeft financiële problemen en kan zijn verplichtingen niet nakomen. Het mooie meisje dat net binnen kwam, de medewerkster van een printing company, schrikt op. Ze valt stil en kijkt net als ons Sakhorn aan. Vloekend loopt Sakhorn weer naar buiten. “Morgen om negen uur meeting”, schreeuwt ie vanaf de tuin.

De rust keert terug. Niet voor lang. Voel een ADHD prikkel aankomen en stel voor met z’n allen een lied te zingen. Seng giegelt. De rest kijkt niet eens meer op.

16:59
Ik zie een hoofdje omhoog gaan. Het is Toulor. Zoals elke dag, stipt op tijd klaar met alles. De gestapelde lunchbox keurig in zijn hand. Tevreden glimlach op zijn gezicht. Weer een dag succesvol afgerond.

Ik flierefluit nog wat door. Probeer structuur aan te brengen in de leveranciers database. Levenswerk. Op Facebook en Twitter worden de mensen in Nederland langzaam actief.

18:21
Ben de laatste die het licht en de airconditioning uitdoet. Welterusten zilveren box, het geschetter is voor vandaag voorbij. Morgen weer.

vrijdag 1 januari 2010

Met de bus

Op vakantie. Veel te vroeg geven we onze tassen af bij het laadruim van de grote afgeragte Sovjetbus. De nachtbus. Op het dak staan de dozen tot drie meter opgestapeld en zakken rijst hangen gevaarlijk over de rand. Het stationsplein is gevuld met drukgebarende Vientianese busmaatschappij-regelaartjes ,tuk-tuks, zwaarbepakte reizigers en locals. Een jongen probeert zijn toer-fiets gratis op het dak van zijn bus meegevoerd te krijgen. Een fiets is toch om op te fietsen, denk ik zachtjes. De kaartverkoper met de meeste Engelse woorden in zijn vocabulaire denkt hetzelfde en grijpt de mogelijkheid aan om zijn kerstgratificatie in een keer veilig te stellen. En gelijk heeft ie. Niet lullen, maar betalen! Zou het een oud-Laotiaans spreekwoord zijn?

We zoeken een plek op een van de stationzitjes en plegen een laatste plas. De toiletten zijn keurig volgens de regel Aziatisch goor. Er ligt meer water naast, dan in het gat in de grond; en de witte tegels zijn onherkenbaar door de oranje laag modder op de vloer. De kraan kreunt alleen en geeft geen water. Voor straf geef ik de vijf paar wachtende ogen maar 1000 KIP. Vraag me af of ze het ooit zullen leren. Terug op mijn plastic stoel, zie ik de fiets van de jongen eindelijk op het dak verdwijnen. Ben benieuwd hoeveel Beerlao hij hiervoor heeft moeten neerleggen.

Niet alleen op het dak, maar ook in de bus is alles met communistische precisie volgepakt. De ruimte onder de stoelen wordt gevuld door grote chipsdozen, in het gangpad zitten mensen op plastic krukjes. De radio schettert Laotiaanse toppers. Een groep Duitse backpackers schopt herrie omdat ze denken genaaid te worden. Dat zijn ze al. Ze hadden voor dezelfde beroerde plek 45.000 KIP extra betaald. Een loket voor klachten kennen ze hier nog lang niet. En geen van de regelaartjes is vandaag van plan meer dan 3 woorden Engels te praten. Gewoon pech, gewoon Laos. Daarbij heeft een van de groep ook nog backpack-vrees en wil daarom haar tas niet aan de kleine buschauffeur afstaan. Integendeel, ze plant hem daarom maar pardoes in het gangpad. Hevig zwetend bindt ze haar eigen tas en die van haar vriendin met een spin strak aan de stoelleuning vast. Stel je voor dat er ‘s nachts iemand met de tas op zijn nek zich door het kleine busraampje uit de rijdende bus zou storten, om de volgende dag haar Duitse Lidl ondergoed op de lokale markt te verkopen!

Opnieuw keurig volgens de lokale normen vertrekken we 45 minuten te laat. Hevig zuchtend zet de bus zich in beweging. Door het raam zie ik een gitzwarte roetwolk uit de uitlaat ontsnappen. De baby van het stel voor ons houdt zich nog steeds verbazingwekkend stil. Valium? We hobbelen vrolijk Vientiane uit, de donkere nacht in. Door mijn langzaam zakkende oogleden zie ik ons enkele keren stoppen om nog meer dozen, kippen of rijst op het dak te laden.

Na twee uur schudden kan ik eindelijk mijn blaas legen. De weg naar buiten is een ware survivaltocht. Duikelend over twee Duitse backpacks, een uitgeklapte kinderwagen, een doos met een kip en drie krukjes in het gangpad stroomt er eindelijk frisse lucht mijn neus binnen. Terwijl ik in de verte mijn plas nog hoor wegstromen, toetert de chauffeur al weer. De bus met kip moet verder.

Terug op mijn plek ben ik het niet-sluitende raam en de constante koude stroom van lucht nu echt zat. Het touw, dat de spullen op het dak op zijn plek moest houden, belet het van sluiten. Totdat Odile met Oer-Drentse nuchterheid het raam een oplawaai geeft. Nu kan ik eindelijk slapen. Nou ja. Dromen. Kwijlen. Steunen. Hazeslaapje. Scherpe bocht. De baby kreunt. Klaarwakker. Dorst en zere schenen. De berm. Andere zij. Brak, Au.

Ga er nog een keer uit. Op zoek naar een goede boom dwaal ik door een dorpje. Het is stil en her en der brandt toch licht. Terwijl ik de spetters op mijn voeten voel, realiseer ik me opeens dat ik heel ongelukkig ga zijn als de buschauffeur niet gezien heeft dat ook ik zojuist ben uitgestapt. Pers snel de laatste druppels uit me en ren terug. Net op tijd. Een van de krukbewoners maant me boos de bus in. In zijn rechterhand houdt hij heel losjes een groot vooroorlogs schoudergeweer. Zou dit een voorzorg maatregel tegen te hevig kwijlende passagiers zijn of is er toch ook hier een kans op heuse struikrovers?

Ik droom de uren die volgen over enge mannen en grote pistolen, totdat het opeens langzaam licht wordt. De bergen van Luang Prabang doemen op. Op het busstation staan tuk-tuks ongeduldig op ons te wachten. De radio speelt nog steeds. Het is 6.15 uur en ik stink gevaarlijk uit mijn mond.

Heerlijk, vakantie.

zondag 29 november 2009

Loon naar werken

Salaris. Waar het toen je jong was nog keurig aan het einde van de week zwart in je handje werd gedrukt, werd het op latere leeftijd normaal om een na een maand hard ploeteren een bedrag met enkele nullen bijgeschreven te zien worden op de bankrekening.

Ik mocht deze week getuige zijn van de Lao manier van uitbetalen.

Plaats van handeling was de Lao Postal Office in het district Beng, onderdeel van de provincie Oudomxay in Noord-Laos. Daar zouden vandaag tientallen arme boeren hun welverdiende loon naar aanleiding van hun werkzaamheden onder WFP’s Cash for Work project kunnen ophalen.

Bij aankomst stonden er al een flink aantal boeren ongeduldig te trappelen om naar binnen te gaan. Niet zo gek als je weet dat door een verkeerde aannames aan WFP’s zijde, elke boer voor 30 dagen werken een jaarsalaris kreeg uitbetaald. Het proces was Laotiaans simpel; op vertoon van het family book werd 1 voor 1 iedereen naar binnen geroepen. Het dorpshoofd keek nauwlettend toe. Nadat met de afdruk van de duim een handtekening was gezet, werd de boer een grote stapel bankbiljetten toegeschoven. Toen het vervolgens door drie paar handen op communistische wijze was herteld, stapte elke boer met de grootst mogelijk twinkeling in de ogen naar buiten. Zo blij als een kind! Een ding was duidelijk, het was vanavond feest in het dorp. Vroeg me af hoeveel extra baby’s er over negen maanden vanaf vandaag geboren zou worden.

Drie weken geleden was een andere groep boeren net zo blij en vol gevoelens van rijkdom naar buiten gestapt. Het is voor ons tijd om te evalueren hoe deze boeren het ervaren hebben, dus rijden we door betoverend groen bergachtig gebied en langs vervallen dorpjes naar Phonehome village. Bij aankomst kijken nieuwsgierige ogen ons aan de andere kant van het glas van onze glimmende WFP - 4x4 aan. Vrouwen met dikke jassen aan roosterden kleine nootjes op een klein houtvuurtje. Het is koud en winderig.

Zittende op kleine 10 cm hoge bankjes rondom een rustgevend knetterend vuurtje van maïskolven, luister ik naar het gekwetter in Lao van onze interviewers die de boeren een weg door de vragenlijst wijzen. Om me heen scharrelen halfkaal geplukte kippetjes, overduidelijk teveel pasgeboren puppies en kleine kinderen in kapotte kleren met de meest uitgebreide snotneuzen. Op de achtergrond schalt muziek. Een echtpaar heeft net hun nieuwe huis betrokken en viert deze housewarming op zijn Laotiaans.
Ik volg enkele dorpelingen. In een pan van 1 meter doorsnede wordt een grote vissoep bereidt, uitgebreid voorzien van verschillende ingrediënten door een druk kakelende groep van tien vrouwen. Een loddig vissenoog kijkt me aan.

Om de hoek zitten verschillende groepen mannen en vrouwen met bloempotten vol waterige substantie. In de potten hangen meerdere 80 centimeter lange dunne bamboestengels, die fungeren als natuurlijk rietje. ‘Kin lao lao’! schreeuwen ze, terwijl ze met te blije waterige ogen me aankijken. Vingers wijzen naar mijn borst. Uit angst voor represailles (‘zag mezelf al zitten in de grote pan tussen de vissen’) slurp ik kort aan een stengel. Autsj! Het is zelfgebrouwen Lao whiskey, gemaakt van gefermenteerde rijst, met een alcoholpercentage van ruim 40%. Verschillende monden vliegen opnieuw gretig naar de bamboestengels.
Het is 10.30 uur.

Ik weet te ontsnappen. Aan de kant van de weg drommen kinderen en moeders zich rondom het kleedje van een Chinese handelaar, nieuwsgierig te weten wat hij uit de grote tas achterop zijn brommer haalt. De vrouwen ruilen bosjes hoofdhaar voor haarknipjes, ballonnen en Hello Kitty sokjes. De handelaar pakt het gretig aan. Elders in het dorpje zijn meerdere mannen aan het werk. Een man schaaft hout, terwijl de ander zijn machete verhit en bewerkt. In de rivierbedding boent een ander fanatiek op een stapel kleren. De baby op zijn rug kraait vrolijk. Kinderen spelen ratanbal en sjezen met zelfgemaakte karretjes van de grote heuvel.

De rest van de middag komt er weinig meer terecht van de overige interviews. Het halve dorp is inmiddels ladderzat. Het dorpshoofd loopt voorop in de dronken polonaise.
Ik heb wel een wel vermoeden waar een belangrijk deel van het verdiende loon is geëindigd.. Nhok!

Ps. Het zelf in levende lijve meemaken? Bekijk de foto's:
http://www.facebook.com/album.php?aid=350903&id=519165857&l=048e494335

donderdag 12 november 2009

Twee

‘Het getal twee, is het getal dat direct na één komt en direct voor drie’.
En zo voel ik me dus ook.
In dezelfde context is er een breed bekend spreekwoord over een ezel.


In de buitenwijk van Vientiane, aan de rand van een hobbelige voetbalveld zonder gras zit een jongen. “Ref, come on!” De jongen is voor de tweede keer in zijn nog jonge bestaan in het buitenland. Goal kick. De jongen kijkt voor zich uit. Hij lijkt in gedachten.

Het is exact twee weken geleden. Ja echt. Op de kop af.

“We begonnen de wedstrijd goed. De bal ging rond en we werden niet meteen weggespeeld. Dat de 1-0 viel, was jammer. De 2-0 was pech. De 2-1 was nuttig. Het was alweer mijn 4e goal in drie wedstrijden. En dat na een afwezigheid van vijf-eneenhalf jaar. Drie weken daarvoor had ik voor de tweede keer in mijn jeugd de kicksen ondergebonden. Werd er een beetje stil van. Weer opnieuw spelen. De 3, 4 en 5-1 waren trouwens onnodig. Jammer.”

Thee. “Nou ja, figuurlijke dan”.

“De 5-2 was zo’n een uit het boekje. Euforie.
Nieuwe tegenaanval. Bal op de lat. Gelukkig, er zat inderdaad een engeltje. De tegenstander wordt moe. Diepe bal.

Ik zie een kans en ren. Uit mijn ooghoek zie ik iets van de lat wegvliegen. Mis de bal net. Fuck! Draai me om en hoor tweemaal een snelle ‘knak’. Wat was dat? Zwabber, twijfel, ijs. Geestelijke auw. Voor de tweede keer.

We wonnen de tweede helft.”
Eindstand: 6-4.

Twee dagen later loopt de jongen het park in. Met twee krukken onder zijn ellebogen gesteund, duikt hij de bosjes in. De boom verwachtte hem eigenlijk al jaren geleden. Hij heeft echter geduld. Het was nu wel echt tijd.

Terwijl de jongen het park uitloopt, begint het zachtjes te regenen. De boom zucht van geluk. Hij is blij met zijn twee nieuwe aanwinsten.

zaterdag 17 oktober 2009

Lao style, please!

Toen ik drie jaar geleden in Rusland liep, verbaasde ik me al over de ruime aanwezigheid van verborgen werkloosheid in ’s lands economie. Hele bussen vol worden aan het werk gehouden met ‘schijnbaantjes’. Het zal zeer vermoedelijk verband houden met de gedeelde communistische achtergrond, maar in het Laos was het wat dit betreft de afgelopen weken één grote deja vu.

Het is zaterdagmiddag. Op zoek naar een echte bak Lao koffie fiets ik de stad in. Onderweg zit de politie in complete voetbalelftallen langs de kant van de weg. Op elke hoek van de straat worden hele generaties kippen, schollen vissen en trossen bananen op kleine zelf gelaste bbq-roostertjes bruin gebrand. Ik vloek naar de agressief rijdende en hevig stinkende tuk tuk’s en het kost me extra zweetdruppels om geen prooi te worden van de vele grote SUV banden om me heen.

Ik zet mijn fiets op slot en loop de meest Westerse koffietent in town binnen. Terwijl ik wacht op mijn koffie tel ik in een oogopslag zestien medewerkers achter de kassa, die als mieren over elkaar heen drentelen en klanten zenuwachtig hun koffie of een glas water nabrengen. Dit is niet anders in de meeste restaurants, waar er een strakke mandekking geldt met feitelijk een één op één bediening. De verdediging van een gemiddelde eredivisieclub zou jaloers zijn.

Een zelfde soort gevoel bekroop me toen ik de Chineze versie van de Ikea, Home Ideal, met een bezoek vereerde. Het begon al met het parkeren van mijn fiets. Dit moest in een speciaal afgezet vak, waar voor vijftien cent vier vrouwen de wacht hielden over mijn stalen ros. Uiterst verdienstelijk(t). In de winkel zelf liep meer personeel dan dat er winkelwagens beschikbaar waren.

Met tassen vol goedkope Chineze replica’s fiets ik naar huis. Terwijl ik het hek van het slot haal, valt mijn oog op een witte envelop die keurig tussen de spijlen zit gestoken. De internetrekening. Of we de rekening contant willen voldoen in een kantoortje in de stad. We mogen ook bellen om iemand te laten langskomen om het geld op te pikken. Dat kost dan wel 80 cent extra. De installatie van het internet was eigenlijk een nog grotere grap. Het kostte een team van 5 mannen drie avonden en veertien nieuwe stekkers om het aan de praat te krijgen.

We hebben sinds kort een tuinman. Zijn naam is Bounghin en hij komt vier keer per week langs voor een omgerekend bedrag van minder dan 30 euro per maand. Mijn suggestie om een keer per week alles grondig te doen, werd als belachelijk afgedaan. Leek me nogal logisch en efficient; helemaal als je weet dat onze tuin niet groter is dan het vijfmetergebied van een voetbalveld.

Het werkt hier allemaal net even iets anders. Lao style, please...

zaterdag 19 september 2009

Elk goed verhaal heeft een inleiding nodig..


17.58 NB, 102.36 OL; Vientiane; Laos.

De Nederlander Gerrit van Wuysthoff was ooit de eerste die serieus voet aan wel zette en geloofde in de schoonheid en bruikbaarheid van dat stukje land daar aan de Mekong rivier. Na hem namen de Fransen het heft in handen en werd het ‘echt’ een hoofdstad. Tegenwoordig geldt Laos als een van de minst ontwikkelende landen van Azië, en volgens de reisgidsen biedt het als enige plek ter wereld nog dat kleine stukje ongerepte natuur in een land dat 30 jaar terug in de tijd leeft. Tot zover de reisgidsen. Nu de verse indruk vanaf mijn eigen netvlies.


Vientiane is typisch Aziatisch chaotisch; met duizenden stinkende brommertjes en tuk-tuks, eten in alle vormen en kleuren op werkelijk elke straathoek en goedkoop toerisme als de redder van de nationale nood. Ja, de mensen zijn er vriendelijk en knap. En ja, hier is je euro zeker een daalder waard. Laten we bij het begin beginnen:


Vrijdag 11 september, 21:13

Met net een teen buiten het vliegtuig, valt meteen de uiterst verstikkende hitte op. Alle denkbare poriën knappen open. Na wat strenge blikken op mijn visum en een voorzichtig stotterend khawp daj lai lai (dank-u-wel) loop ik als laatste de lege terminal uit. Achter de deur houdt een allervriendelijkst ogende opa een groot bord in de lucht met daarop de weinig Aziatische woorden: Lubbertus Naber. De VN-taxi.


Zaterdag, 15:43

Sightseeing Vientiane. Al slenterend banen we ons een weg door de bonte verzameling winkeltjes, eettentjes, massagesalons en hotels. En opeens ligt ze daar... licht glinsterend in de vervuilde zon kijk ik op een breed stromende Mekong. Aan de overzijde ligt Thailand. Ik geniet. Een machtige, natuurlijke grens. Het prachtig bruine water knipoogt geheimzinnig terug.


Zondag, 10:39

Na een ontbijt met ‘fried rice beef’ waren we klaar voor het belangrijkste monument van Laos: de That Luang. Via een heel groot leeg communistisch ogend plein, lopen we tegen een soort gouden tempel aan. De 5.000 kip (40 ct) die we als falang moeten betalen wordt zeker niet in het onderhoud van de tempel geïnvesteerd, getuige de bladderige gouden verf die me in het oog springt. Terwijl ik met grootse interesse de boeddhistische lofprijzingen van alle Lao om ons heen volg, schiet door mijn hoofd dat de conditie van ’s lands belangrijkste gedenkplaats toch wel duidelijk laat zien dat ik de komende maanden toch echt in een ontwikkelingsland zal verblijven.


Maandag, 08:24

Mijn Franse ‘buddy’ Dorothee blijft achter in het hoofdgebouw van het WFP Lao PDR, terwijl ik naar een apart bijgebouwtje voor logistics & procurement wordt begeleid. Wie treffen we daar aan; een korte introductie van mijn nieuwe werkplek. Vier mensen zijn verantwoordelijk voor de logistics: Be (vanwege de uiterste complexe Lao namen hebben alle locals een makkelijkere en kortere bijnaam), Anthony (Australier), Tou en de vierde waarvan ik naam niet voor de vierde keer durf te vragen. Procurement bestaat uit drie mensen: officer food, beter bekend als Know en officer Seng, verantwoordelijk voor de non-food. De derde persoon is zich aan het installeren op zijn goedkope Chinese bureaustoel en ergert zich aan de slome computer en vrieskoude airconditioning. Juist, dat is onze Bert. Er wordt onafgebroken Lao de ruimte ingekwetterd en door telefoons geschreeuwd. Het geheel wordt aangestuurd door de head of logistics: Sakhorn (sorry geen bijnaam). Een hele grote Thaise meneer.


Maandag, 12:14

Met een “I would like a green chicken curry please”, bestel ik heel stoer mijn middageten. De dubbelgeslagen boterham met belegen kaas lijkt opeens heel ver weg. Helemaal als ik vervolgens met een stalen gezicht mijn zojuist geserveerde curry probeer weg te krijgen, terwijl er stoom uit mijn oren komt vanwege allerlei soorten kleuren pepers in mijn rijstprutje.


Dinsdag, 11:05

Alle nieuwe WFP-mensen moeten verplicht op bezoek bij dokter Ben. Een zelfingenomen Australiër met een bij tijd en wijle laconieke of eigenwijze kijk op de gezondheidszorg in Laos. Malaria is volgens hem niet ‘verkrijgbaar’ in Vientiane. Überhaupt amper in Laos. Of je moet al drie weken lang tijdens het regenseizoen in een bepaalde boom in een bepaald dorp in een bepaalde provincie in het zuiden van Laos gaan hangen. In je blote reet. Zonder muskietennet.


Dinsdag, 16:51

Terwijl we tijdens de zoektocht naar een huis de volgende grote nieuwbouwvilla binnenstappen, vertelt de vastgoedbemiddelaarster dat we naast de huurprijs van $500 ook rekening moeten houden met de extra kosten van $75 per maand voor een full-time bewaker annex schoonmaker annex tuinman. “Wie haalt er anders de slangen uit de tuin?”


Woensdag, 18:35

Het was toch nu wel echt tijd om voor de eerste keer te gaan hardlopen. Bang om uitgelachen te worden om mijn witte melkflessen liet ik mijn korte renbroekje angstvallig achter in mijn hotelkamer. Vol enthousiasme ging ik op weg naar Patuxai. Hier had ik al meerdere avonden enkele tientallen jonge locals rondjes zien maken rondom een oerlelijke replica van de Franse Champs Elysees. Met het zelfde stukje enthousiasme begon op mijn vertrouwde tempo iedereen in te halen. Al snel werd duidelijk waarom de rest zo langzaam liep. $#*§^!! Wat een hitte! Wat een vervuilde lucht! In jaren heb ik niet meer zo gezweet. Emmers vol.


De komende maanden neem ik jullie graag mee op reis. Mijn reis door het leven in Laos, door de ontdekkingen in Vientiane en de belevenissen van het werken voor een grote NGO. Ik hoop dat deze inleiding je alvast prikkelt. Ik beloof snel terug te keren voor het eerste hoofdstuk.